Hij was het enfant terrible van de klas. Hyperintelligent, tegendraads, eigenzinnig en provocerend. Continu in de clinch met de leraren. Maar tegelijkertijd briljant in alle vakken. Als we van het hoofdgebouw van de school naar de dependance liepen en hij buitenom wilde lopen, deed hij dat ook. Al gingen al zijn vrienden binnendoor. Toen we in de zomer voor het begin van het eindexamenjaar met zijn zessen naar Frankrijk gingen, koos hij bewust voor een aparte vakantie met een klasgenoot die we links hadden laten liggen. Nu zit hij vroeg oud en sterk vermagerd met een deken om zich heen in zijn woonkamer. De operaties en behandelingen zijn mislukt. Hij kan nog praten. Nog net.