Mijn dochter steekt op haar slaapkamer een waxinelichtje aan. In een plastic houdertje. Daarna gaat ze naar beneden. Een uur later ruik ik in de huiskamer een brandlucht. Ik storm naar boven. Overal hangt rook. Ik trek de deur van de slaapkamer open en zie metershoge vlammen naar het plafond uitslaan. Ik weet het vuur te doven met een poederblusser. De brandweer is ondertussen gebeld. Drie indrukwekkende kerels denderen in vol ornaat de trap op. Door het raam zie ik een kolossale brandweerauto. “Dat had ook weer niet gehoeven” zeg ik. “De tijd dat we op de fiets kwamen is al enige tijd voorbij, meneer”, antwoordt de commandant.