Net als iedere schooljongen was ik blut. Ik reed daarom op de brommer naar het Westland om vakantiewerk te vinden. Een tomatenteler nam mij aan. De volgende ochtend vertrok ik om vier uur naar Poeldijk. Ik had van de zenuwen niet geslapen die nacht. In de kas kreeg ik een korte instructie van de baas. Ik moest de roodgroene tomaten plukken. Dus niet de groenrode of de groene. Dat was dus simpel. Na vijftien minuten kwam de baas in de kas. Trots liet ik hem mijn al flink gevulde mand tomaten zien. Verbijsterd keek hij naar de inhoud. “Je hebt alle groene geplukt! Geef hier die mand!” Even later zat ik weer op de brommer. Terug naar huis. Ik was dus erger kleurenblind dan ik dacht.